ECLI:NL:PHR:2013:BZ7188
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over vaststelling contractsom en incassokosten bij kantoorinrichting
De zaak betreft een geschil tussen Rabobank en Desenco over de prijsafspraken voor de inrichting van een nieuw kantoorpand. Rabobank stelde dat een maximumbudget van €4.150.000,- was overeengekomen, terwijl Desenco betoogde dat de prijs op regiebasis werd vastgesteld. Het hof oordeelde dat het budget slechts een streefbedrag was en dat partijen een gedragslijn volgden waarbij Rabobank kostenoverzichten beoordeelde en alleen bij gegronde bezwaren kosten niet hoefde te dragen.
Rabobank voerde in cassatie aan dat het hof onjuist de bewijslast had gelegd en dat het budget wel een bindend plafond was. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het hof de feiten juist had beoordeeld. Ook het oordeel dat Desenco niet toerekenbaar tekortgeschoten was in haar informatieplicht werd gehandhaafd. Wel vernietigde de Hoge Raad het oordeel over de wettelijke handelsrente op de buitengerechtelijke incassokosten, omdat deze rente niet van toepassing is op schadevergoedingen.
De Hoge Raad besloot de zaak zelf af te doen door toekenning van de gewone wettelijke rente over de incassokosten. De overige vorderingen en het oordeel over de vaststelling van de contractsom bleven in stand. Hiermee is duidelijk dat een budget in een dergelijke projectorganisatie niet zonder meer als een maximale prijs geldt en dat de beoordeling van kostenoverzichten en gedragslijnen bepalend is voor de betalingsverplichting.
Uitkomst: Het budget gold niet als maximale contractsom; Rabobank moet openstaande facturen voldoen en gewone wettelijke rente wordt toegekend over incassokosten.