ECLI:NL:PHR:2013:BZ6959
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onvoldoende zekerheid woonplaats in proceskostenzaak
In deze zaak ging het om een geschil over de verplichting van eiser tot het stellen van zekerheid voor proceskosten. De rechtbank Arnhem had eiser veroordeeld tot het stellen van zekerheid van € 10.634, omdat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij woonplaats had in Italië of Zwitserland. Eiser had wel documenten overgelegd, maar geen uittreksels uit bevolkingsregisters ter bevestiging.
Het hof Arnhem bevestigde dat eiser geen woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland had, maar stelde de vraag of eiser woonplaats, gewone verblijfplaats of domicilie had in Zwitserland. Het hof concludeerde op basis van stukken en proceshouding dat eiser niet op het opgegeven Zwitserse adres woonde, ondanks een 'Wohnsitzbestätigung'.
Eiser stelde hiertegen cassatie in, maar de Hoge Raad oordeelde dat de motiveringsklacht geen grond voor cassatie bood. Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard op grond van art. 80a RO, omdat eiser onvoldoende zekerheid had gesteld over zijn woonplaats, waardoor de proceskostenveroordeling bleef staan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende zekerheid over woonplaats, waardoor eiser gehouden blijft tot zekerheidstelling voor proceskosten.