ECLI:NL:PHR:2013:BZ6531
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat huurovereenkomst met vennootschap onder firma is gesloten en wijst contractsoverneming af
Op 14 maart 2002 werd een huurovereenkomst gesloten voor een bedrijfspand te Enschede tussen VNI Vastgoed B.V. als verhuurder en de vennootschap onder firma [A] vof als huurder, vertegenwoordigd door eiser en zijn vennoot. Later stelde eiser dat de huurovereenkomst eigenlijk met een besloten vennootschap ([B] B.V.) had moeten worden gesloten, omdat de bedrijfsactiviteiten van de vof werden ingebracht in die BV.
De rechtbank en het hof Arnhem oordeelden dat de huurovereenkomst rechtsgeldig met de vof was gesloten en dat er geen rechtsgeldige contractsoverneming had plaatsgevonden naar de BV, mede omdat een vereiste akte van contractsoverneming ontbrak. Het hof stelde vast dat VNI niet op voorhand met een overdracht aan de BV had ingestemd en dat de BV nooit als huurder tegenover VNI had gegolden.
Eiser stelde in cassatie dat het hof het bewijs van contractsoverneming en de feitelijke gedragingen van partijen onvoldoende had meegewogen. De Hoge Raad verwierp deze middelen omdat het hof terecht had geoordeeld dat de schriftelijke akte ontbrak en dat de vof partij was bij de huurovereenkomst. Ook het argument dat de huurovereenkomst door ontruiming of opzegging was geëindigd, faalde omdat de ontruiming betrekking had op een andere partij en de curator van de BV geen rechtsgevolg had voor de huurovereenkomst met de vof.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat de huurovereenkomst op 14 maart 2007 rechtsgeldig was geëindigd en dat eiser gehouden bleef tot betaling van de huurpenningen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel bevestigd dat de huurovereenkomst rechtsgeldig met de vennootschap onder firma is gesloten zonder geldige contractsoverneming naar de besloten vennootschap.