ECLI:NL:PHR:2013:BZ6521
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing getuigenverzoek en beoordeling recidive bij strafoplegging
In deze zaak heeft het Hof Arnhem verdachte veroordeeld wegens poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. Een van de middelen richtte zich tegen de afwijzing van het verzoek van de verdediging om een getuige te horen die mogelijk relevante informatie kon geven. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste maatstaf hanteerde door het belang van de verdediging te wegen en dat het verzoek niet redelijkerwijs van belang was voor de beslissing.
Daarnaast klaagde verdachte over het feit dat het hof bij de strafoplegging rekening hield met een niet-onherroepelijke veroordeling. De Hoge Raad stelde vast dat het hof niet onjuist had gehandeld omdat de veroordeling mogelijk betrekking had op feiten die al voor de pleegdatum van het bewezenverklaarde feit waren gepleegd en dat art. 63 Sr Pro ook eist dat met onherroepelijke veroordelingen rekening wordt gehouden.
De Hoge Raad verwierp beide middelen en bevestigde daarmee het arrest van het Hof Arnhem. Er werden geen gronden gevonden om ambtshalve te vernietigen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het arrest van het Hof Arnhem blijft in stand.