ECLI:NL:PHR:2013:BZ2961
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk na beoordeling noodweerexces
Het cassatieberoep van verdachte betreft een arrest van het Gerechtshof Arnhem, waarin het hof het verweer van noodweerexces verwierp op grond dat de feitelijke gang van zaken niet aannemelijk was geworden. Dit oordeel werd uitvoerig gemotiveerd door het hof. De Hoge Raad overwoog dat het middel tegen dit feitelijke oordeel tevergeefs is, omdat de waardering van feiten aan het hof is voorbehouden en de maatstaf voor aannemelijkheid niet vereist dat onomstotelijk vaststaat dat de feiten niet kloppen.
Daarnaast faalde het middel dat het hof ten onrechte het verzoek tot nader onderzoek naar de eerdere gang van zaken had afgewezen. De Hoge Raad vond het oordeel van het hof op dit punt niet onjuist of onbegrijpelijk. Gezien deze overwegingen verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk met toepassing van artikel 80a van het Wetboek van Rechtsvordering.
Deze uitspraak bevestigt dat het hof een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het wegen van bewijs en aannemelijkheid, en dat cassatie alleen mogelijk is bij een onjuiste rechtsopvatting of onbegrijpelijk oordeel. Het arrest sluit een eerdere procedure aan waarin het hof de zaak terugkreeg na vernietiging wegens ontoereikende weerlegging van noodweer.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.