ECLI:NL:PHR:2013:BZ1950
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 februari 2011. Er bestond samenhang met een andere zaak, maar in beide zaken werd geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Dit omdat niet binnen de in artikel 437, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie was ingediend. Hierdoor werd het wettelijke voorschrift niet nageleefd en kon de Hoge Raad het cassatieberoep niet ontvankelijk verklaren. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad was dan ook dat de verdachte niet in het beroep kon worden ontvangen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie.