ECLI:NL:PHR:2013:BZ1894

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
10/05044
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Strafvermindering wegens schending redelijke termijn in moordzaak

Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft verdachte veroordeeld tot zeventien jaar gevangenisstraf wegens moord en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld door verdachte.

Het middel van cassatie klaagt over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden bij de Hoge Raad. De stukken kwamen pas op 8 september 2011 binnen, bijna vier maanden na de wettelijke inzendtermijn van zes maanden.

De Hoge Raad oordeelt dat deze overschrijding leidt tot strafvermindering. Er zijn geen gronden gevonden om de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen. De straf wordt verminderd naar de gebruikelijke maatstaf, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Conclusie

Nr. 10/05044
Mr. Knigge
Zitting: 11 december 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 17 november 2010 verdachte wegens "moord" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeventien jaren. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander op de wijze vermeld in het arrest.
2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.
3. Namens verdachte heeft mr. A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel
4.1. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
4.2. Namens verdachte is op 17 november 2010 beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 8 september 2011 bij de Hoge Raad binnengekomen. Dat brengt met zich dat de hier geldende inzendtermijn van zes maanden met bijna vier maanden is overschreden. Wellicht mede daardoor zal de Hoge Raad niet binnen zestien maanden na het instellen van het beroep uitspraak doen. Een en ander dient te leiden tot strafvermindering.
4.3. Het middel slaagt.
5. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG