ECLI:NL:HR:2013:BZ1894
Hoge Raad
- Cassatie
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Strafvermindering wegens schending redelijke termijn in cassatieprocedure
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 12 februari 2013 uitspraak gedaan in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verdachte was in voorlopige hechtenis en had beroep ingesteld tegen het hofarrest. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het hofarrest wat betreft de strafoplegging en tot vermindering van de straf.
De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, was overschreden omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de cassatie-uitspraak meer dan zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep plaatsvond. Dit leidde tot een strafvermindering van de oorspronkelijk opgelegde gevangenisstraf van zeventien jaar naar zestien jaar en zes maanden.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend wat betreft de duur van de gevangenisstraf en wees het beroep voor het overige af. Er waren geen andere gronden voor vernietiging aanwezig. De uitspraak werd gedaan door drie raadsheren onder voorzitterschap van B.C. de Savornin Lohman.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van zeventien jaar naar zestien jaar en zes maanden wegens schending van de redelijke termijn.