ECLI:NL:PHR:2013:BZ1540

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
19 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/02063
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 435 SvArt. 437 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen middelen

Het Gerechtshof te Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor meerdere delicten, waaronder gekwalificeerde diefstallen, poging tot doodslag, bedreiging met zware mishandeling en het voorhanden hebben van een vuurwapen. Tegen dit arrest heeft verdachte beroep in cassatie ingesteld.

De aanzegging tot het indienen van middelen is op 4 mei 2012 betekend. Volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet binnen twee maanden na deze aanzegging een schriftuur houdende middelen worden ingediend. Deze schriftuur is niet binnen de gestelde termijn ontvangen door de Hoge Raad.

Daarom heeft de Procureur-Generaal geconcludeerd dat verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep. De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 12/02063
Mr. Vegter
Zitting: 18 december 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam, heeft bij arrest van 17 februari 2011 verdachte wegens - kort weergegeven - een tweetal gekwalificeerde diefstallen en een poging daartoe, het medeplegen van poging tot doodslag, het medeplegen van bedreiging met zware mishandeling, alsmede het meermalen medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr Pro. Voorts zijn beslissingen genomen omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen en de vorderingen van de benadeelde partijen, zoals nader in het arrest omschreven.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken tegen [medeverdachte 4] (11/01078), [medeverdachte 1] (11/01105) en [medeverdachte 2] (11/01934) waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3. Namens verdachte heeft mr. M.L. van Gaalen, advocaat te Amsterdam, op 3 maart 2011 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 4 mei 2012 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG