ECLI:NL:PHR:2013:BZ1537

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
19 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
11/01934
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 435 SvArt. 437 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen middelen

Het Gerechtshof te Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor meerdere delicten, waaronder gekwalificeerde diefstal, poging tot doodslag, bedreiging met zware mishandeling en het voorhanden hebben van een vuurwapen. Tegen dit arrest heeft verdachte beroep in cassatie ingesteld.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep omdat binnen de wettelijke termijn geen schriftuur houdende middelen is ingediend. De aanzegging van het cassatieberoep is op correcte wijze betekend, maar de termijn voor het indienen van middelen is niet nageleefd.

Hierdoor kan de Hoge Raad niet inhoudelijk op de zaak ingaan en wordt het cassatieberoep afgewezen op procedurele gronden. De uitspraak bevestigt het belang van strikte naleving van termijnen in cassatieprocedures.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen binnen de gestelde termijn.

Conclusie

Nr. 11/01934
Mr. Vegter
Zitting: 18 december 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam, heeft bij arrest van 17 februari 2011 verdachte wegens - kort weergegeven - gekwalificeerde diefstal en poging daartoe, medeplegen van poging tot doodslag, medeplegen van bedreiging met zware mishandeling, alsmede meermalen medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr Pro. Voorts zijn beslissingen genomen omtrent inbeslaggenomen voorwerpen en vorderingen van de benadeelde partijen, zoals nader in het arrest omschreven.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken tegen [medeverdachte 4] (11/01078), [medeverdachte 1] (11/01105) en [medeverdachte 3] (12/02063) waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3. Namens verdachte heeft mr. M.L. van Gaalen, advocaat te Amsterdam, op 3 maart 2011 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 1 mei 2012 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG