ECLI:NL:PHR:2013:BY7888

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
22 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00704
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie

Verdachte is door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot een taakstraf van honderd uren, te vervangen door vijftig dagen hechtenis indien niet naar behoren verricht, wegens het plegen van openlijk geweld in vereniging tegen personen en goederen. Daarnaast is een schadevergoedingsmaatregel opgelegd aan verdachte.

Namens verdachte is cassatieberoep ingesteld met het middel dat de redelijke inzendtermijn in de cassatiefase is overschreden. Het cassatieberoep werd op 11 februari 2011 ingesteld, maar de processtukken werden pas op 21 december 2011 ontvangen door de griffie van de Hoge Raad, waardoor de inzendtermijn van acht maanden met ruim twee maanden werd overschreden.

De Hoge Raad acht het middel terecht en stelt vast dat reparatie door voortvarende behandeling niet meer mogelijk is. Daarom wordt de opgelegde taakstraf verminderd naar de gebruikelijke maatstaf. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het bestreden arrest door de Hoge Raad.

Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de taakstraf wegens overschrijding van de redelijke inzendtermijn in cassatie.

Conclusie

Nr. 11/00704
Mr. Hofstee
Zitting: 20 november 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte](1)
1. Verzoeker is bij arrest van 2 februari 2011 door het Gerechtshof te Arnhem wegens "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen" veroordeeld tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderd uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door vijftig dagen hechtenis. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en daarbij aan verzoeker een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals in het arrest vermeld.
2. Namens verzoeker heeft mr. J.J.D. van Doleweerd, advocaat te Amersfoort, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat de redelijke inzendtermijn in de cassatiefase is overschreden.
4. Het cassatieberoep is ingesteld op 11 februari 2011. Blijkens een op de aanbiedingsbrief van de processtukken geplaatst stempel zijn de stukken van het geding eerst op 21 december 2011 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen. Dit brengt mee dat de inzendtermijn van acht maanden met twee maanden en tien dagen is overschreden. Het middel is terecht voorgesteld. Reparatie van deze schending door een voortvarende behandeling behoort niet meer tot de mogelijkheden. Dit zal ertoe dienen te leiden dat de opgelegde taakstraf van honderd uren, subsidiair vijftig dagen vervangende hechtenis, door de Hoge Raad wordt verminderd.(2)
5. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de hoogte van de opgelegde straf en tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Deze zaak hangt samen met de zaak met griffienummer 11/00699 ([medeverdachte]) waarin ik heden eveneens concludeer.
2 Zie HR 17 juni 2008, LJN BD2578, NJ 2008/358, m.nt. P.A.M. Mevis.