ECLI:NL:PHR:2013:BY5605

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
15 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00359
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 Wet wapens en munitieArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving en wapendelicten

Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van het opzettelijk en wederrechtelijk beroven van iemand van zijn vrijheid en het handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld door de raadsman van verdachte, waarbij twee middelen van cassatie zijn voorgesteld. De Hoge Raad oordeelt dat deze middelen niet leiden tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering, waarbij tevens wordt opgemerkt dat er geen gronden zijn voor ambtshalve vernietiging van het bestreden arrest. De strafrechtelijke veroordeling blijft daarmee in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de gevangenisstraf van 24 maanden.

Conclusie

Nr. 11/00359
Mr. Vellinga
Zitting: 13 november 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage wegens 1. subsidiair "Medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden", 2. "Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. Voorts bevat het arrest enige bijkomende beslissingen, een en ander als in het arrest vermeld.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 11/00359, 10/05109 en 11/00493. In al deze zaken zal in vandaag concluderen.
3. Namens verdachte heeft mr. M.L.M. van der Voet, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.
4. De middelen kunnen niet tot cassatie leiden, nu deze niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Met betrekking tot het tweede middel merk ik nog op dat anders dan in de samenhangende zaak 10/05109 kan worden volstaan met verbeterde lezing van de kwalificatie.
5. De middelen kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO Pro bedoelde motivering.
6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG