ECLI:NL:PHR:2013:BX9830
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vergoeding herstelkosten na vernietiging vonnis en onrechtmatige executie
Partijen waren betrokken bij een geschil over een ruilovereenkomst van percelen grond en de uitvoering van een vonnis uit 2003. Eiser had werkzaamheden uitgevoerd op grond van dit vonnis, maar het vonnis werd later vernietigd. Eiser vorderde vergoeding van de kosten van deze werkzaamheden en van herstelkosten om de grond in de oude staat terug te brengen.
De lagere rechter en het hof oordeelden dat eiser de kosten van de uitgevoerde werkzaamheden mocht verhalen, maar dat vergoeding van abstracte herstelkosten niet toekwam omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat herstel noodzakelijk was en dat hij schade had geleden. Het hof begrootte de schade ex aequo et bono op €10.000 voor herstelkosten die eiser mogelijk wilde maken.
In cassatie werd betoogd dat eiser recht had op vergoeding van abstracte herstelkosten, ongeacht of concreet nadeel was ontstaan. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat vergoeding van herstelkosten alleen mogelijk is indien daadwerkelijk schade is geleden. Abstracte schadevergoeding voor herstelkosten zonder daadwerkelijke schade is niet aanvaardbaar. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; vergoeding van abstracte herstelkosten zonder concrete schade wordt niet toegekend.