ECLI:NL:PHR:2013:BW7750
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wegens ontbreken nieuw feit
Belanghebbende, X1 B.V., kreeg een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd over het jaar 2003. Deze aanslag hield verband met het niet-bedingen van een vergoeding bij de beëindiging van een pachtovereenkomst met aandeelhouders, wat door de Inspecteur werd aangemerkt als een onzakelijke bevoordeling en uitdelingswinst.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep gegrond, waarbij het Hof oordeelde dat sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde. Tevens stelde het Hof de uitdelingswinst lager vast dan de Inspecteur.
In cassatie betoogde belanghebbende dat het Hof ten onrechte oordeelde dat sprake was van een nieuw feit, omdat het ging om een fiscale duiding van reeds bekende feiten. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof dit onjuist had beoordeeld en dat geen nieuw feit bestond dat navordering rechtvaardigde. Daarom werd de navorderingsaanslag vernietigd.
Daarnaast werd geoordeeld dat de kennis van de accountant over uitstel tot 1 april 2005 aan belanghebbende kon worden toegerekend, waardoor de navorderingsaanslag tijdig was opgelegd. Ook werd vastgesteld dat het Hof buiten de rechtsstrijd trad door de uitdelingswinst nader vast te stellen. Ten slotte werd belanghebbende een forfaitaire vergoeding voor de kosten van de bezwaarfase toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 2003 wegens ontbreken van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt.