ECLI:NL:PHR:2013:BW0972
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling intracommunautaire verwerving tandprothesen onder btw-richtlijn
De zaak betreft de vraag of de intracommunautaire verwerving van tandprothesen, geleverd door een buitenlandse tandtechnicus, is vrijgesteld van omzetbelasting. Belanghebbende, een Nederlandse tandtechnicus, verwierf tandprothesen van haar Zweedse moedermaatschappij en betaalde hierover omzetbelasting, maar maakte bezwaar tegen deze heffing. De Rechtbank Haarlem oordeelde dat de verwerving vrijgesteld is omdat de levering in Nederland door tandartsen en tandtechnici in elk geval vrijgesteld zou zijn.
De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen deze uitspraak en betoogde dat de vrijstelling niet van toepassing is, mede gelet op artikel 17e van de Wet OB en artikel 140 van Pro de btw-richtlijn, en dat Nederland de in artikel 131 van Pro de btw-richtlijn geboden ruimte heeft benut om de vrijstelling te beperken. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de vrijstelling voor intracommunautaire verwerving van tandprothesen wel van toepassing kan zijn, maar dat de uitleg van de voorwaarde 'in ieder geval' in artikel 140 btw Pro-richtlijn niet eenduidig is en dat prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie wenselijk zijn.
De Hoge Raad stelde vast dat het bezwaar van belanghebbende tegen de op aangifte voldane belasting terecht ontvankelijk is verklaard ondanks de voortijdige indiening. De conclusie adviseert de zaak aan te houden in afwachting van prejudiciële uitspraken in andere gerelateerde zaken. De zaak bevat een uitgebreide analyse van de btw-richtlijn, de nationale wetgeving en jurisprudentie over de vrijstelling van omzetbelasting bij intracommunautaire verwervingen en invoer van tandprothesen.
Uitkomst: De zaak is aangehouden in afwachting van prejudiciële uitspraken van het Hof van Justitie over de vrijstelling van intracommunautaire verwerving van tandprothesen.