Conclusie
Staat/Bolsius [6] heeft La Linda betoogd dat het niet honoreren van deze toezegging jegens haar onrechtmatig is. Omdat de toezegging na de aanslag van 11 januari 2006 is gedaan, kon dit feit volgens La Linda überhaupt niet aan de belastingrechter worden voorgelegd, aangezien de overheidstoezegging als zodanig geen voor bezwaar of beroep bij de belastingrechter vatbare beschikking is en evenmin onderdeel van enige
in fiscalibusvoor bezwaar of beroep vatbare beschikking vormt. Het Land heeft zich in appel tegen de (gewijzigde) vordering verweerd.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
“ambtshalve aanslag vermindering”. De vraag dringt zich op of de Raad van Beroep hier niet veeleer een niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen een dergelijke aanslag in verband met het ontbreken van een toereikend belang op het oog heeft gehad; een niet-ontvankelijkheid in verband met het ontbreken van een toereikend belang behoeft immers niet uit te sluiten dat aan de voorwaarde van een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang is voldaan. Dat de Raad van Beroep heeft bedoeld dat tegen een ambtshalve vermindering
nimmerlangs bestuursrechtelijke weg kan worden opgekomen, is ook daarom twijfelachtig, omdat de Raad van Beroep kennelijk van belang heeft geacht dat de vermindering van de aanslag geen nieuwe beslissing omtrent de strafwaardigheid van het door belanghebbende gepleegde verzuim inhoudt; dat roept minst genomen de vraag op of de Raad van Beroep zich wél bevoegd zou hebben geacht als de ambtshalve vermindering van de aanslag een dergelijke nieuwe beslissing wél zou hebben ingehouden. Als het Hof zich door deze twijfels zou hebben laten leiden, dan had het echter op zijn weg gelegen nader te motiveren waarom de beschikking van de Raad van Beroep, ondanks de uitdrukkelijke onbevoegdverklaring in haar dispositief, ertoe zou dwingen van de rechtmatigheid van de ambtshalve vermindering uit te gaan.
oudeboetestelsel. De beslissing van de Raad van Beroep, wat daarvan overigens zij, impliceert dat de ambtshalve vermindering, afgezien van de automatisch uit de vermindering van het belastingbedrag voortvloeiende herberekening van de boete, géén beslissing over de (strafwaardigheid van de) boete omvat en dat in zoverre de formele rechtskracht van de in 2001 opgelegde aanslag onverkort geldt; de formele rechtskracht van die in 2001 opgelegde aanslag impliceert mede dat de daarbij volgens het oude boetestelsel opgelegde boete moet worden geacht in overeenstemming met art. 6 EVRM Pro te zijn opgelegd.