Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Overzicht
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De ondergetekenden:
3.Het geding in cassatie
4.Wel of niet verkrijging van economische eigendom? (middelen 1 t/m 3)
matchingcall- en putopties op een onroerende zaak op zichzelf nog niet leidt tot economische eigendom: [7]
grondheeft gekregen, hij daarmee geen economische gerechtigdheid tot de daarop staande
opstallenheeft gekregen, en dat hij aldus slechts economische gerechtigdheid tot een
bestanddeelvan de onroerende zaak heeft verkregen, hetgeen – blijkens de door hem aangeroepen jurisprudentie – niet voldoende is om van economische eigendom in de zin van art. 2(2) Wet BvR te spreken.