Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 29 november 2012, nr. 11/00353, betreffende een naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag en boete opgelegd wegens de verkrijging van de economische eigendom van een onroerende zaak. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag en boete. De Rechtbank te Haarlem vernietigde de boetebeschikking, maar verklaarde de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Het Hof bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het beroep. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de middelen niet leiden tot cassatie, mede omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad bevestigde dat de verkrijging van de economische gerechtigdheid tot grond een belastbaar feit is voor de overdrachtsbelasting en dat de maatstaf van heffing niet verminderd wordt met de waarde van het door de verkoper voorbehouden recht van erfpacht. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bevestigd.