ECLI:NL:PHR:2013:47
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens niet-indienen middelen
Het gerechtshof te Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 13 jaren en 6 maanden bij arrest van 20 maart 2012. Verdachte stelde tijdig beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De aanzegging conform artikel 435, eerste lid, Sv is geldig betekend.
Echter heeft de raadsman van verdachte, mr. G. Spong, bij brief van 13 september 2012 laten weten dat namens verdachte geen middelen van cassatie zullen worden voorgesteld. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van artikel 437, tweede lid, Sv dat binnen de gestelde termijn schriftuur houdende middelen van cassatie worden ingediend.
De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad is dat verdachte daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep. De zaak hangt samen met die van een mede verdachte, maar dit heeft geen invloed op de ontvankelijkheid van verdachte in cassatie.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet indienen van middelen van cassatie.