Conclusie
Het middel
3. Beoordeling
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam het beklag van klager ex artikel 552a Sv niet-ontvankelijk verklaard omdat het klaagschrift zich niet richtte tegen een inbeslagneming in de zin van artikel 134 Sv Pro. Het vaartuig was door de Dienst Binnenwaterbeheer van de Gemeente Amsterdam veiliggesteld op verzoek van de politie naar aanleiding van een aangifte van diefstal. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van een strafvorderlijke inbeslagneming, omdat geen proces-verbaal was opgemaakt en geen strafrechtelijk onderzoek had plaatsgevonden.
De Hoge Raad stelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het veiligstellen van het vaartuig niet als inbeslagneming ten behoeve van de strafvordering kan worden beschouwd. Volgens de Hoge Raad is bepalend het doel van het onder zich nemen of houden van het voorwerp, en niet de formaliteiten of bevoegdheden. Omdat het verzoek tot veiligstelling door de politie kwam naar aanleiding van een aangifte van diefstal, ligt het voor de hand dat het doel strafvorderlijk was.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling. Er is geen aanleiding om ambtshalve te vernietigen. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad ondersteunt deze beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof en verwijst de zaak terug wegens onjuiste uitleg van inbeslagneming.