Conclusie
[verdachte]
middelklaagt over de verwerping van het namens verdachte gevoerde verweer dat de voorbedachte raad niet kan worden bewezen.
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf wegens moord op zijn ex-echtgenote op 27 juni 2011. Het hof stelde vast dat de moord met voorbedachte raad was gepleegd, onder meer omdat de verdachte herhaaldelijk had verklaard haar te zullen doden en het mes waarmee werd gestoken binnen handbereik lag.
De verdediging voerde in cassatie aan dat het bewijs van voorbedachte raad onvoldoende was en dat sprake was van een opwelling. Het hof verwierp dit verweer, motiverend dat de verdachte voldoende gelegenheid had om na te denken over zijn daad en dat de omstandigheden, zoals de grootte van het mes en het gedrag van de verdachte, dit ondersteunen.
De Hoge Raad bevestigt de motivering van het hof en verwijst naar recente jurisprudentie waarin de eisen aan bewijs voorbedachte raad zijn aangescherpt. Het hof heeft de contra-indicaties van de verdediging zorgvuldig gewogen en verworpen. De cassatie wordt verworpen en het vonnis blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de moordvonnis met twaalf jaar gevangenisstraf wegens voorbedachte raad.