Conclusie
conclusiestrekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep met toepassing van art. 80a lid 1 R.O.
Parket bij de Hoge Raad
De vader van drie kinderen, die sinds januari 2012 onder toezicht zijn gesteld, stelde cassatieberoep in tegen de verlenging van deze ondertoezichtstelling door de rechtbank en het hof. Het hof had de verlenging bekrachtigd en de belangen van de kinderen en het risico bij uitblijven van verlenging uitvoerig gemotiveerd.
Het cassatieberoep bevatte een algemeen geformuleerde rechts- en motiveringsklacht, waarbij de deelklachten onvoldoende concreet waren en niet voldeden aan de eisen die aan een cassatiemiddel worden gesteld. Het beroep op alternatieve beschermingsvormen werd niet gespecificeerd en het argument van een 'verkapte uithuisplaatsing' werd door het hof gemotiveerd verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de belangen van de kinderen en de noodzaak van voortzetting van de ondertoezichtstelling voldoende had gemotiveerd, ook in het licht van het belang van de kinderen zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. De klachten van de vader waren onvoldoende concreet en konden niet tot cassatie leiden.
Daarom werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a lid 1 RO.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling wordt niet-ontvankelijk verklaard.