ECLI:NL:PHR:2013:2240
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep tegen veroordeling voor medeplegen voorbereiden productie XTC-pillen
Het hof Leeuwarden heeft verdachte op 23 mei 2012 veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaren wegens medeplegen van het voorbereiden van een feit als bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet. Verdachte zou samen met anderen een tabletteermachine in een loods te Hoogeveen hebben ondergebracht en daaraan hebben gesleuteld, bestemd voor de productie van XTC-pillen.
Verdachte stelde in cassatie drie middelen aan de orde. Het eerste middel betrof de motivering van de bewezenverklaring omtrent het moment en de wijze van het onderbrengen van de tabletteermachine, waarbij tegenstrijdige verklaringen van medeverdachten werden besproken. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewijsconstructie mocht baseren op verklaringen die samenhangend en in onderlinge verband voldoende waren en dat de tegenstrijdige verklaring kon worden weggelaten zonder de draagkracht van het bewijs te ondermijnen.
Het tweede middel betrof de vraag of het hof voldoende nauwkeurig had gemotiveerd dat verdachte de koffer met gereedschap, die bij de tabletteermachine was aangetroffen, van de ene naar de andere loods had gebracht. De Hoge Raad vond de bewijsvoering hiervoor toereikend en verwierp dit middel.
Het derde middel klaagde over een kennelijke vergissing in de bewezenverklaring door verwijzing naar het vijfde lid van artikel 10 Opiumwet Pro, terwijl het vierde lid van artikel 10 van Pro toepassing was. De Hoge Raad verbeterde de bewezenverklaring door de verwijzing naar het vijfde lid te laten vervallen, waardoor dit middel niet tot cassatie leidde. De conclusie was dat het cassatieberoep verworpen wordt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot twee jaar gevangenisstraf blijft in stand.