ECLI:NL:PHR:2013:2130
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring poging tot moord en verbergen verdachte met strafvermindering wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een arrest van de Hoge Raad waarin de verdachte werd veroordeeld voor poging tot moord door middel van het bewegen van een ander met een belofte, handelen in strijd met de Opiumwet en het verbergen van een verdachte. Het hof had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar.
De verdediging stelde in cassatie meerdere klachten in, waaronder een vermeende innerlijke tegenstrijdigheid in de bewezenverklaring en een beroep op vrijwillige terugtred. De Hoge Raad oordeelde dat er geen sprake was van innerlijke tegenstrijdigheid en dat het beroep op vrijwillige terugtred niet ontvankelijk was omdat dit niet in eerdere instanties was aangevoerd.
Verder werd de bewezenverklaring van het verbergen van een verdachte onderbouwd met verklaringen, afgeluisterde gesprekken en getuigenverklaringen. De Hoge Raad vond de motivering van het hof voldoende en verwierp het cassatiemiddel. Wel werd een strafvermindering toegepast vanwege overschrijding van de redelijke termijn tussen het instellen van het cassatieberoep en de uitspraak.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de bewezenverklaring en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.