ECLI:NL:PHR:2013:2113
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte wegens niet tijdig indienen cassatiemiddelen
Het Gerechtshof te Arnhem heeft verdachte veroordeeld wegens openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen, met oplegging van een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis. Verdachte stelde beroep in cassatie in, waarvoor de aanzegging op 25 februari 2013 werd betekend. Volgens artikel 437, tweede lid, Sv moet binnen twee maanden na betekening van de aanzegging een schriftuur met middelen van cassatie worden ingediend.
In deze zaak is binnen de gestelde termijn geen schriftuur met middelen ingediend door de raadsman van verdachte. Hierdoor is het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard door de Hoge Raad. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het cassatieberoep.
Deze beslissing betekent dat het arrest van het Gerechtshof Arnhem ongewijzigd blijft en dat het cassatieberoep van verdachte niet behandeld wordt vanwege het niet naleven van de procesrechtelijke termijn.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.