ECLI:NL:PHR:2013:1971
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep putatief noodweer bij poging doodslag in winkelcentrum
Verdachte werd door het hof bewezen verklaard van poging tot doodslag gepleegd op 29 juni 2009 jegens het slachtoffer. Verdachte liep met zijn vriendin door een winkelcentrum en zag het slachtoffer met een vriend en een hond lopen. Verdachte verborg zich achter een kaartenrek en stak vervolgens onverhoeds op het slachtoffer in.
Verdachte voerde in hoger beroep onder meer het verweer van putatief noodweer aan, stellende dat hij redelijkerwijs mocht aannemen dat het slachtoffer hem zou aanvallen vanwege eerdere confrontaties. Het hof verwierp dit verweer omdat uit niets bleek dat het slachtoffer van plan was verdachte iets aan te doen of hem had opgemerkt. Het hof oordeelde dat verdachte niet redelijkerwijs mocht aannemen dat er een onmiddellijk dreigend gevaar was.
In cassatie klaagde verdachte dat het hof ten onrechte niet had aangenomen dat hij abusievelijk in de veronderstelling verkeerde dat een aanval zou plaatsvinden, hetgeen juist de kern van putatief noodweer is. De Hoge Raad bevestigde echter dat ook bij putatief noodweer een objectieve toets geldt en dat het hof terecht oordeelde dat geen verschoonbare dwaling aannemelijk was. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hof oordeelde terecht dat het beroep op putatief noodweer faalt.