Conclusie
4.Het eerste middel
5.Het tweede middel
nleiding
Overweging ten aanzien van de verklaringen van [medeverdachte 2]’’ een opsomming van het aanwezige steunbewijs. De vraag is echter of dat steunbewijs ‘corroborative evidence’ is in de zin die het EHRM bedoelt. In dit verband is van belang dat de aanwezigheid van steunbewijs in de zaak Al-Khawaja en Tahery ook nog op andere wijze een rol speelt. Zoals bekend zal zijn, oordeelde het EHRM in die zaak dat de ’sole or decisive rule’ niet absoluut is. Dat brengt mee dat niet steeds sprake is van een schending van art. 6 EVRM Pro als het bewijs uitsluitend of in beslissende mate berust op de verklaring van een getuige die de verdediging niet heeft kunnen ondervragen. Waarop het in een dergelijk geval aankomt, zijn de ‘counterbalancing factors’, waarbij mede gedacht moet worden aan “measures that permit a fair and proper assessment of the reliability of that evidence to take place’’. Daarbij geldt dat een veroordeling alleen op dergelijk bewijs gebaseerd kan worden ‘’if it is sufficiently reliable given its importance in the case” (§ 147). Welnu, ook bij de vraag of het bewijs voldoende betrouwbaar is, lijkt het steunbewijs een rol van betekenis te spelen. Dit kan aan de hand van de zaak Al-Khawaja worden verduidelijkt.