Conclusie
middelklaagt over de verwerping van het beroep op noodweer.
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Parket bij de Hoge Raad
Op 19 mei 2011 ontstond een conflict tussen betrokkenen over een geldvordering naar aanleiding van het verwijderen van een laminaatvloer. Verdachte, oom van een van de betrokkenen, mengde zich in het conflict en nodigde het slachtoffer uit om te praten. Tijdens een confrontatie in de tuin van de woning van verdachte sloeg verdachte het slachtoffer met een hamer op het hoofd, terwijl een medeverdachte meerdere keren op het slachtoffer schoot.
Het Hof Leeuwarden veroordeelde verdachte voor poging tot doodslag en verwierp het beroep op noodweer, stellende dat de situatie niet rechtvaardigde dat verdachte schoot en dat de dreiging op minder drastische wijze bestreden had kunnen worden. Het hof achtte geen sprake van medeplegen omdat verdachte niet wist van het vuurwapen van de medeverdachte.
De verdediging stelde in cassatie dat het beroep op noodweer ten onrechte was verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende en niet begrijpelijk had gemotiveerd waarom het beroep op noodweer werd afgewezen, gelet op de vastgestelde feiten. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
De Hoge Raad vond dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met de proportionaliteit en subsidiariteit van de verdediging en dat de motivering van het oordeel over noodweer niet strookte met de feiten. Het verweer van noodweerexces werd door het hof eveneens verworpen, maar dit oordeel bleef onbesproken door de Hoge Raad.
De zaak hangt samen met een andere zaak tegen de medeverdachte die schoot op het slachtoffer. De Hoge Raad stelde vast dat verdachte niet medeplichtig was aan het schieten omdat hij daarvan niet op de hoogte was.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering verwerping noodweer en verwijst zaak terug naar hof.