Conclusie
Stichting Instandhouding van het Oude Roomsch Katholieke Kerkhof te Purmerend
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
beginvermogenwaarvan bij de bepaling van de schade dient te worden uitgegaan.
Parket bij de Hoge Raad
De Stichting Instandhouding van het Oude Roomsch Katholieke Kerkhof te Purmerend vorderde van een bestuurslid, tevens neef van de oprichter, betaling van €400.470 vanwege onbevoegd speculeren met stichtingsgelden. De bestuurder had zonder toestemming van het bestuur risicovolle beleggingen gedaan, wat leidde tot verlies van kapitaal. Zowel de rechtbank als het hof wezen de vordering toe en oordeelden dat de bestuurder tekortgeschoten was in zijn taak en aansprakelijk was voor de schade.
De bestuurder stelde in cassatie onder meer dat de schadeberekening onjuist was, omdat bepaalde bedragen ten onrechte waren meegerekend of juist buiten beschouwing waren gelaten. Hij bracht bewijsstukken in, maar deze werden door het hof onvoldoende helder en inzichtelijk bevonden. Het hof besloot daarom aan te sluiten bij het door de Stichting opgestelde schade-overzicht, dat gebaseerd was op bankafschriften en administratie.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep, stellende dat het hof terecht de bewijslast bij de Stichting had gelegd en dat de bestuurder onvoldoende onderbouwd had kunnen aantonen dat de schadeberekening onjuist was. De aansprakelijkheid en de omvang van de schade werden daarmee bevestigd, en het cassatieberoep werd afgewezen met toepassing van art. 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de bestuurder wordt aansprakelijk gehouden voor de volledige schade van €400.470.