ECLI:NL:PHR:2013:1162

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
27 augustus 2013
Publicatiedatum
12 november 2013
Zaaknummer
12/01199
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 2 Opiumwet
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens kennelijke misslag in strafmotivering

De verdachte werd door het hof Leeuwarden veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf voor diefstal met geweld en bedreiging, gepleegd door meerdere personen in een woning. Tegen dit arrest werd cassatie ingesteld door de advocaat van de verdachte. De Hoge Raad onderzocht de strafmotivering van het hof, waarbij het hof had gesteld dat verdachte eerder ter zake strafbare feiten was veroordeeld.

Uit het justitiële documentatieregister bleek echter dat verdachte slechts één eerdere onherroepelijke veroordeling had, namelijk voor een enkele overtreding van de Opiumwet in 2002. Het hof gebruikte ten onrechte het meervoud 'strafbare feiten', wat volgens de Hoge Raad een kennelijke misslag betreft. Hierdoor was de strafmotivering niet begrijpelijk.

De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat betrekking had op de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof Leeuwarden of een aangrenzend hof voor een nieuwe beoordeling van de strafoplegging. Het cassatieberoep werd voor het overige verworpen. De zaak hangt samen met vijf andere zaken van medeverdachten, waarbij in een zesde zaak het cassatieberoep was ingetrokken.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens kennelijke misslag in de strafmotivering en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.

Conclusie

Nr. 12/01199
Mr. Aben
Zitting 27 augustus 2013
Conclusie inzake:
[verdachte] [1]
1. Het gerechtshof te Leeuwarden heeft bij arrest van 27 december 2011, de verdachte ter zake van: “diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen in een woning” veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden.
2. Namens de verdachte heeft mr. A.H. Lanting, advocaat te Leeuwarden, cassatie ingesteld. Mr. R.B.J.G. Baggen, advocaat te Arnhem, heeft een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.
3.1. Het
middelklaagt over de strafmotivering.
3.2. Het bestreden arrest houdt omtrent de strafoplegging het volgende in, voor zover hier van belang:
“Bij de strafoplegging houdt het hof rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 28 oktober 2011 waaruit blijkt dat hij eerder terzake strafbare feiten is veroordeeld.”
3.3. Het middel klaagt terecht dat uit het door het hof genoemde uittreksel justitiële documentatie van 28 oktober 2011 slechts blijkt van één eerdere onherroepelijk veroordeling, te weten een op 6 februari 2002 onherroepelijk geworden veroordeling wegens één opzettelijke overtreding van de Opiumwet, gepleegd op 28 september 2001. Het uittreksel vermeldt daarnaast nog slechts een vrijspraak van 14 november 2007 en een bij beslissing van 3 juni 2009 opgelegde transactie die zou zijn voldaan. Het meervoud ‘strafbare feit
en’is dus niet op z’n plaats. ’s Hofs hiervoor weergegeven overweging dat uit genoemd uittreksel blijkt dat verdachte “eerder terzake van strafbare feiten is veroordeeld” is daarom niet zonder meer begrijpelijk. [2]
3.4. Het middel slaagt.
4. Gronden die tot ambtshalve vernietiging van de bestreden uitspraak zouden behoren te leiden, heb ik niet aangetroffen.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het hof Leeuwarden dan wel verwijzing naar een aangrenzend hof teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
n.d.

Voetnoten

1.De zaak hangt samen met de zaken van vijf medeverdachten (nrs. 12/00195, 12/00248, 12/00278, 12/00279 en 12/02212), waarin ik heden eveneens concludeer. In de zaak van een zesde medeverdachte met nr. 12/00266 is het cassatieberoep ingetrokken.
2.Vgl. HR 19 februari 2013, LJN BZ1441.