ECLI:NL:PHR:2013:1155
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid inbeslagneming bij hennepkwekerij ondanks ontbreken machtiging binnentreden
In deze zaak stond centraal of de inbeslagneming van een hennepkwekerij onrechtmatig was omdat de opsporingsambtenaren niet beschikten over de vereiste machtiging tot binnentreden op het moment van inbeslagneming.
De opsporingsambtenaren waren op 18 oktober 2005 op basis van een melding over een mogelijk gewonde persoon met een geldige machtiging de woning binnengetreden. Tijdens het onderzoek troffen zij een hennepkwekerij aan, waarna andere verbalisanten werden opgeroepen om de kwekerij te ontmantelen. De verdediging stelde dat voor dit vervolgonderzoek een nieuwe machtiging had moeten worden verkregen.
De Hoge Raad concludeerde dat het onderzoek zich aanvankelijk rechtmatig richtte op hulpverlening en dat de vondst van de hennepkwekerij een op heterdaad ontdekt strafbaar feit betrof. Hierdoor waren de opsporingsambtenaren bevoegd om de kwekerij te ontmantelen en in beslag te nemen zonder nieuwe machtiging. Bovendien was verdachte niet daadwerkelijk in zijn verdediging geschaad. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en constateerde wel een overschrijding van de redelijke termijn, zonder strafvermindering.
De uitspraak bevestigt dat het ontbreken van een machtiging tot binnentreden na een rechtmatige eerste toegang niet automatisch leidt tot bewijsuitsluiting of strafvermindering indien geen sprake is van schending van fundamentele rechtsbeginselen of daadwerkelijke verdediging schade.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid van inbeslagneming hennepkwekerij ondanks ontbreken machtiging binnentreden en verwerpt cassatieberoep.