ECLI:NL:PHR:2012:BY6136
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Formele rechtskracht intrekking naturalisatie staat vaststelling Nederlanderschap niet in de weg
De zaak betreft een verzoeker die in 2001 een naturalisatieverzoek indiende en in 2002 het Nederlanderschap verkreeg. Later werd dit besluit ingetrokken omdat hij niet had aangetoond afstand te hebben gedaan van zijn oorspronkelijke nationaliteit. Na een bezwaar- en beroepsprocedure die ongegrond werden verklaard, verzocht verzoeker de rechtbank op grond van art. 17 RWN Pro vast te stellen dat hij Nederlander is omdat het intrekkingsbesluit volgens hem krachteloos is.
De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk vanwege de formele rechtskracht van het intrekkingsbesluit. Verzoeker stelde in cassatie dat de formele rechtskracht niet van toepassing is omdat de vorderingen in de administratieve procedure en de procedure op grond van art. 17 RWN Pro van verschillend karakter zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat de intrekking formele rechtskracht heeft verkregen omdat verzoeker geen rechtsmiddel heeft aangewend tegen de uitspraak in de bezwaarprocedure. De formele rechtskracht van het intrekkingsbesluit staat het verzoek op grond van art. 17 RWN Pro niet in de weg. De klacht faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de formele rechtskracht van het intrekkingsbesluit, waardoor het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap niet-ontvankelijk werd verklaard.