ECLI:NL:PHR:2012:BY1465
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid wegens onbegrijpelijke klachten in geschil over nakoming koopovereenkomst
In deze zaak vordert eiseres nakoming van een overeenkomst die zij op 20 mei 2005 zou zijn aangegaan met verweerders. De rechtbank wees de vorderingen af, en het hof bekrachtigde dit vonnis. Eiseres stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelt dat de cassatiemiddelen van eiseres vrijwel geheel onbegrijpelijk zijn, mede doordat de klachten slecht geformuleerd en nauwelijks te volgen zijn. Hierdoor kan niet worden vastgesteld welke rechts- of motiveringsklachten worden bedoeld, zodat geen middel in de zin van artikel 407 lid 2 Rv Pro is voorgedragen.
Het hof had vastgesteld dat partijen in december 2004 wilsovereenstemming hadden bereikt over de koopprijs en de betalingstermijnen, waarbij betaling 'meteen' bij ondertekening van de koopovereenkomst zou plaatsvinden. Eiseres had niet aannemelijk gemaakt dat dit oordeel onjuist was. De Hoge Raad bevestigt dat het cassatieberoep daarom niet ontvankelijk is en wijst de vordering af.
De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat de klachten onbegrijpelijk zijn en dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Er is geen sprake van tegenstrijdigheden in het oordeel van het hof die een nadere uitleg vereisen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onbegrijpelijke klachten.