ECLI:NL:PHR:2012:BX9602

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
13 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01513
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 344 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor oplichting door zich voordoen als verzekeringsagent en onrechtmatig incasseren van premie

Verdachte heeft in de periode van augustus 2004 tot november 2006 te Utrecht een vrouw bewogen tot het betalen van €600,- voor een levensverzekering bij AEGON, terwijl deze verzekering nooit is afgesloten. Hij deed zich voor als bonafide verzekeringsagent en bracht bemiddelingskosten in rekening. Het hof heeft verdachte veroordeeld tot een geldboete en schadevergoeding aan de benadeelde partij.

De bewezenverklaring is gebaseerd op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van verdachte zelf, de benadeelde, en een bedrijf dat samenwerkte met verdachte. Ook politieprocessen-verbaal en correspondentie van AEGON bevestigen dat er nooit een levensverzekering is afgesloten. Verdachte stelde dat hij verzekeringsdeskundige was en een financieel adviesbureau had, hetgeen onjuist bleek.

Het hof oordeelde dat het handelen van verdachte oplichting oplevert, omdat hij zich valselijk voordeed als verzekeringsagent en onterecht kosten in rekening bracht. Het cassatieberoep van verdachte is verworpen omdat het middel onvoldoende gemotiveerd was en het hof zijn oordeel voldoende onderbouwd had.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €600 wegens oplichting door zich valselijk voor te doen als verzekeringsagent en het incasseren van bemiddelingskosten voor een niet bestaande levensverzekering.

Conclusie

Nr. 11/01513
Mr. Machielse
Zitting 18 september 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, heeft verdachte op 17 februari 2011 wegens "Oplichting" veroordeeld tot een geldboete van € 600. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen zoals in het arrest nader omschreven, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
2. Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld. Mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, heeft een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.
3.1 Het middel klaagt dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed.
3.2 Ten laste van verdachte is bewezen verklaard dat:
"hij in de periode van 01 augustus 2004 tot en met 01 november 2006 te Utrecht, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door een samenweefsel van verdichtsels [betrokkene 1] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 600 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als bonafide verzekeringsagent en (bemiddelings)kosten in rekening gebracht voor het afsluiten van een jaarverzekering Aegon, waardoor [betrokkene 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte".
3.3 Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
"1.
De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van de politierechter in de rechtbank te Utrecht van 3 september 2010, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik heb in de periode van 1 augustus 2004 tot en met 1 november 2006 te Utrecht [betrokkene 1] bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van € 600,- voor het afsluiten van een jaarverzekering bij AEGON.
2.
De als bijlage bij het stamproces-verbaal van 5 april 2008 gevoegde, als schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te bezigen verklaring van [betrokkene 1], afgelegd bij de Belastingdienst/FIOD-ECD Amsterdam, op 29 november 2006 (doss. pag. 25 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[Verdachte] vertelde mij dat hij in de verzekeringen zat. Hij vertelde dat hij een financieel adviesbureau had met de naam [A]. [Verdachte] nam het initiatief om met mijn vriend en mij over onze hypotheeklasten en verzekeringen te praten. [Verdachte] adviseerde ons om van hypotheek te veranderen. Ik ben op het aanbod van [verdachte] ingegaan. Ik vertrouwde [verdachte]. [Verdachte] heeft een hypotheek geregeld bij de Aegon N.V. Naast de hypotheek had [verdachte] een levensverzekering voor mij afgesloten. Dit was volgens [verdachte] verplicht.
[Verdachte] heeft een bedrag van € 600,-- aan mij gefactureerd voor een verzekering bij de AEGON. Deze verzekering is niet afgesloten.
Achteraf blijkt dat [verdachte] geen verzekeringsagent is. [Verdachte] heeft verteld dat hij verzekeringsdeskundige was. Dit bleek niet waar te zijn.
3.
Het als bijlage bij het stamproces-verbaal van 5 april 2008 gevoegde, in de wettelijke vorm door [verbalisant1], hoofdagent van politie Utrecht, district Binnensticht, opgemaakte proces-verbaal van 4 maart 2008 (PL0915/07-089435) (doss. pagina 31 e.v.) voor zover inhoudende als telefonisch afgelegde verklaring van [betrokkene 2], zakelijk weergegeven:
Ons bedrijf, [B] B.V. heeft een samenwerkingsverband onderhouden met [verdachte] handelende onder de naam [A]. In 2005 bereikte ons een klacht van [betrokkene 1] uit Utrecht. [Betrokkene 1] toonde ons aan dat de firma van [verdachte] haar een premie ten behoeve van een levensverzekering in rekening heeft gebracht, welke zij ook heeft voldaan. De toezegging van [verdachte] om met deze premie een levensverzekering bij de AEGON tot stand te brengen werd volgens [betrokkene 1] echter nimmer nagekomen. Ons onderzoek bevestigde de bewering van [betrokkene 1] dat de bewuste levensverzekering nimmer tot stand is gekomen en zelfs nooit is aangevraagd.
4.
Het als bijlage bij het stamproces-verbaal van 5 april 2008 gevoegde, in de wettelijke vorm door [verbalisant1], hoofdagent van politie Utrecht, district Binnensticht, opgemaakte proces-verbaal van 5 maart 2008 (PL0915/07-089435) (doss. pagina 34 e.v.) voor zover inhoudende als telefonisch afgelegde verklaring van [betrokkene 2], zakelijk weergegeven:
Als er een verzekering is afgesloten door [verdachte] dan moet hij dat bij mij inleveren zodat ik dat kan aanleveren bij de verzekeringsmaatschappij. [Verdachte] is zelf niet bevoegd om dit in te dienen bij de maatschappijen.
Ik weet zeker dat ik de stukken van [betrokkene 1] niet onder ogen heb gekregen. Ik weet ook zeker dat [verdachte] geen aanvraag bij mij heeft ingediend voor het afsluiten van de levensverzekering van [betrokkene 1]. Ik heb ook niets ingediend bij de AEGON. Ik weet zeker dat [verdachte] geen levensverzekering bij de AEGON heeft afgesloten voor haar.
5.
De als bijlage bij het stamproces-verbaal van 5 april 2008 gevoegde, als schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te bezigen brief van AEGON Nederland N.V. van 11 februari 2008, gericht aan [betrokkene 1] (doss. pag. 60), voor zover inhoudende:
Uit onze bestanden blijkt dat u geen levensverzekering bij AEGON heeft afgesloten.
6.
De als schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering te bezigen brief van AEGON Nederland N.V. van 16 november 2010, welke als bijlage aan de brief van [betrokkene 1], gericht aan [betrokkene 3], ingekomen bij het ressortsparket op 11 januari 2011, is gehecht, voorzover inhoudende:
Geachte [betrokkene 1],
In aansluiting op onze brief van 11 februari 2008, waarin we aangeven dat u nooit een levensverzekering bij AEGON heeft afgesloten, bevestigen wij u nogmaals dat er in het verleden nooit een levensverzekering op uw naam is afgesloten. Ook hebben wij geen opzegging van een levensverzekering of afkoop van een levensverzekering op uw naam ontvangen."
3.4 De steller van het middel betoogt dat uit deze bewijsmiddelen niet (zonder meer) kan volgen dat verdachte zich heeft voorgedaan als bonafide verzekeringsagent en dat hij bemiddelingskosten in rekening heeft gebracht.
3.5 Blijkens de hierboven geciteerde verklaring van [betrokkene 1] heeft verdachte haar verteld dat hij in de verzekeringen zat, verzekeringsdeskundige was en een financieel adviesbureau had en heeft hij doen voorkomen dat hij een levensverzekering voor haar kon en zou afsluiten. Het kennelijke oordeel van het hof dat verdachte zich derhalve heeft voorgedaan als bonafide verzekeringsagent, acht ik voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk. Het in rekening brengen van deze kosten maakte, zo heeft het hof kennelijk gemeend, onderdeel uit van en ondersteunde de presentatie van verdachte die zich voordeed als een betrouwbare verzekeringsagent.
3.6 Zowel verdachte als [betrokkene 1] heeft verklaard dat [betrokkene 1] € 600,00 aan verdachte heeft betaald voor (het afsluiten van) een verzekering. Dat het hof dit bedrag kennelijk derhalve heeft aangemerkt als (bemiddelings)kosten, acht ik voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk.
3.7 Het middel faalt.
4. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
5. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden