ECLI:NL:PHR:2012:BX9503
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en onjuiste strafoplegging
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar, waarvan twee jaren voorwaardelijk, wegens een gewapende overval waarbij buitensporig geweld is gebruikt. Verdachte maakte zich samen met mededaders schuldig aan diefstal met geweld en bedreiging, wat voor de slachtoffers een traumatische ervaring was.
De verdediging stelde twee middelen van cassatie voor. Het eerste middel klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, doordat stukken te laat werden ingezonden. De Hoge Raad achtte deze overschrijding terecht en vond dat dit tot strafvermindering moest leiden.
Het tweede middel betrof de strafoplegging. Het hof had het onvoorwaardelijke deel van de straf zo veel mogelijk gelijk willen stellen aan de tijd die verdachte in voorarrest had doorgebracht, maar uit de stukken bleek dat verdachte minder dagen in voorarrest zat dan het onvoorwaardelijke deel van de straf. Dit maakte de strafoplegging onbegrijpelijk. De Hoge Raad oordeelde dat de straf verminderd moest worden tot een duur die overeenkomt met de tijd in voorarrest, met aftrek van de strafvermindering wegens de overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor wat betreft de strafduur en bepaalde de straf op drie jaar en 301 dagen, waarvan twee jaar voorwaardelijk. Voor het overige werd het beroep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de gevangenisstraf tot drie jaar en 301 dagen waarvan twee jaar voorwaardelijk wegens termijnoverschrijding en onjuiste strafoplegging.