ECLI:NL:PHR:2012:BX8444
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding met discussie over erfenis en geldlening
De man en vrouw zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in 2005 gescheiden waarbij de rechtbank de verdeling van de huwelijksgemeenschap gelastte. De man had een erfenis van zijn moeder ontvangen met de bepaling dat deze buiten de gemeenschap zou blijven. De man stelde dat deze erfenis was aangewend voor de aankoop van onroerend goed binnen de gemeenschap, hetgeen de vrouw betwistte.
Daarnaast was er discussie over huurinkomsten uit een appartement in Sint Petersburg dat eigendom was van de vrouw, waarbij de vrouw stelde dat er sinds 2003 geen huurinkomsten waren en bewoners de onderhoudskosten droegen. Ook was er een geschil over een geldlening van € 55.000,- die de man had afgesloten kort voor de peildatum van de verdeling, waarvan de vrouw het bestaan betwistte.
Het hof stelde de man in het ongelijk en oordeelde dat niet aannemelijk was dat privé-gelden uit de erfenis waren aangewend voor de gezamenlijke woningen, dat er geen huurinkomsten waren te verdelen en dat het geleende geld op de peildatum nog bij de man aanwezig was, waardoor de man de schuld moest overnemen. De Hoge Raad bevestigt deze beslissingen en verwerpt het cassatieberoep van de man.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de verdeling van de huwelijksgemeenschap zoals vastgesteld door het hof blijft in stand.