ECLI:NL:PHR:2012:BX8010

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
30 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00788
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken schriftuur houdende middelen

Het Gerechtshof te Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren en 6 maanden wegens diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd door bedreiging met geweld, gepleegd door meerdere personen. Daarnaast werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde werkstraf.

Verdachte stelde beroep in cassatie in, waarvoor een aanzegging werd betekend. Volgens artikel 437, tweede lid, Sv moeten binnen twee maanden na betekening schriftuur houdende middelen worden ingediend, op straffe van niet-ontvankelijkheid.

Binnen deze termijn zijn geen middelen ingediend, waardoor verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.

Conclusie

Nr. 11/00788
Mr. Vegter
Zitting: 4 september 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 3 februari 2011 verdachte wegens A onder 1. "diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad, hetzij aan zichzelf en aan zijn mededaders de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren en 6 maanden, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro. Voorts heeft het Hof een aantal beslissingen genomen betreffende enkele in beslag genomen voorwerpen, als in het arrest omschreven. Daarnaast heeft het Hof de tenuitvoerlegging gelast van een eerder aan verdachte voorwaardelijk opgelegde werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken tegen [medeverdachte 1] (11/00798) en [medeverdachte 3] (11/05751), waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3. Namens verdachte heeft mr. M. Lochs, advocaat te Amsterdam, op 15 februari 2011 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 11 januari 2012 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG