ECLI:NL:PHR:2012:BX7184
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt omkering bewijslast bij ondeugdelijke administratie coffeeshop en redelijke schatting navorderingsaanslagen
Deze zaak betreft een cassatieprocedure over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor de jaren 2003 tot en met 2006, opgelegd aan een exploitant van een coffeeshop. De Inspecteur stelde correcties vast op de winstberekening vanwege een ondeugdelijke administratie, met name het ontbreken van een volledige en betrouwbare inkoop- en voorraadadministratie van softdrugs. De administratie bevatte geen bewaarde handgeschreven inkoopbriefjes en registreerde de inkoopbedragen fictief op basis van 70% van de verkoopprijs.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de administratie niet voldeed aan de eisen van artikel 52 AWR Pro, mede omdat de coffeeshophouder geen volledige voorraadadministratie van de zogenaamde stash buiten de winkel bijhield. Dit leidde tot toepassing van artikel 27e AWR, waardoor de bewijslast werd omgekeerd en verzwaard. De Inspecteur mocht daarom uitgaan van een redelijke schatting van de winstcorrecties, gebaseerd op een brutowinstpercentage van circa 100%, zoals gebruikelijk in de branche.
Belanghebbende voerde aan dat de Inspecteur een ambtelijk verzuim had begaan door niet nader onderzoek te doen bij het opleggen van de aanslag 2003, gezien het afwijkende brutowinstpercentage. De Hoge Raad bevestigde echter dat de Inspecteur bij het opleggen van de aanslag mocht uitgaan van de juistheid van de aangifte, tenzij er redelijke twijfel bestond, wat hier niet het geval was. Ook werd bevestigd dat het ontbreken van inkoopfacturen niet onredelijk is in deze branche, maar dat wel een betrouwbare kas- en voorraadadministratie vereist is.
De Hoge Raad oordeelde dat de omkering van de bewijslast terecht is toegepast vanwege de ernstige tekortkomingen in de administratie, en dat de correcties van de Inspecteur niet willekeurig of onredelijk zijn vastgesteld. De boetebeschikkingen werden deels gematigd, deels vernietigd, en de heffingsrente bleef in stand met enkele beperkingen. De cassatie werd grotendeels verworpen, waarmee de uitspraak van het Hof grotendeels stand hield.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de omkering van de bewijslast en de redelijke schatting van de navorderingsaanslagen, en wijst het cassatieberoep af.