ECLI:NL:PHR:2012:BX6949
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering wegens seksueel misbruik minderjarige en vervoer met criminele intentie
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van de Verenigde Staten aan Nederland voor een persoon verdacht van seksueel misbruik van een minderjarige en het vervoer van die minderjarige met het oog op criminele seksuele activiteiten. De feiten betreffen perioden tussen 1999 en 2007 en omvatten ook het vastleggen van het misbruik op beeldmateriaal.
De rechtbank te Amsterdam heeft de uitlevering toelaatbaar verklaard, waarbij zij oordeelde dat het overgelegde bewijsmateriaal voldoet aan de eisen van het uitleveringsverdrag, met name artikel 9.3.b. De verdediging voerde onder meer aan dat er geen bewijs is voor het over de staatsgrenzen brengen van kinderpornografisch materiaal en dat de opgeëiste persoon tijdens het uploaden niet in Nederland was, wat zijn kennelijke onschuld zou aantonen.
De Hoge Raad bevestigt dat het bewijs voldoende is voor een redelijk vermoeden van schuld en dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de uitlevering toelaatbaar is. De toetsing richt zich op de vraag of bij een hypothetische vervolging in Nederland het niet hoogst onwaarschijnlijk zou zijn dat de feiten bewezen worden geacht. De kwalificatie van de feiten naar Amerikaans recht is niet aan de Nederlandse rechter. Het beroep in cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: De uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten wordt toelaatbaar verklaard wegens voldoende bewijs voor het redelijk vermoeden van schuld.