ECLI:NL:PHR:2012:BX6938
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening van onherroepelijke vonnissen wegens onverzekerdheid motorvoertuig
In deze zaak vraagt de aanvrager herziening van drie onherroepelijke vonnissen van de kantonrechter Rotterdam, waarin hij werd veroordeeld wegens het niet verzekerd zijn van zijn motorvoertuig op drie verschillende pleegdata. De veroordelingen betroffen overtredingen van artikel 30 lid 2 van Pro de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM), met geldboetes en subsidiair hechtenis.
De aanvrager stelde dat zijn auto op de betreffende pleegdata wel verzekerd was en overlegde daartoe onder meer een verklaring ex art. 34 WAM Pro, afgegeven vóór de uitspraak, maar waarvan niet bleek dat de kantonrechter hiermee bekend was tijdens de zitting. Tevens werd een brief van de officier van justitie overgelegd die aanleiding gaf te vermoeden dat de veroordelingen onterecht waren, omdat de auto op die data verzekerd bleek.
De Hoge Raad oordeelde dat het ernstige vermoeden bestaat dat de kantonrechter bij kennis van deze stukken tot vrijspraak zou zijn gekomen. De Hoge Raad verklaarde de herzieningsaanvraag gegrond, beval opschorting van de tenuitvoerlegging van het gewijsde en verwees de zaken naar een gerechtshof dat nog niet van de zaken had kennisgenomen voor inhoudelijke behandeling conform art. 467 lid 1 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaken terug naar het hof voor inhoudelijke behandeling.