ECLI:NL:PHR:2012:BX6777
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep tegen veroordeling voor medeplegen cocaïnetransport en voorbereiding opzettelijk handelen in strijd met Opiumwet
Verdachte werd door het hof veroordeeld wegens medeplegen van poging tot opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en het voorbereiden en bevorderen van het binnenbrengen van circa 360 kilogram cocaïne in Nederland. Het hof baseerde zich op verklaringen van getuigen, waaronder een getuige die faxen vertaalde en contact onderhield met betrokkenen, alsmede op afgeluisterde telefoongesprekken en observaties rondom een container met verborgen cocaïne.
De verdediging voerde in cassatie aan dat het hof onrechtmatig bewijs had gebruikt, met name de verklaringen van een getuige die bij de rechter-commissaris was teruggekomen op zijn eerdere verklaring bij de politie en niet was gehoord ter terechtzitting. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof voldoende motivering had gegeven waarom de verklaringen betrouwbaar waren en dat de situatie van het arrest HR 1 februari 1994, waarin bewijsuitsluiting aan de orde is, hier niet van toepassing was.
Daarnaast werd vastgesteld dat de betrokkenheid van verdachte niet uitsluitend op deze verklaringen berustte, maar ook op andere bewijsmiddelen zoals telefoongesprekken, financiële transacties en eigen verklaringen. Het cassatieberoep faalde daarom en het vonnis van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf blijft in stand.