ECLI:NL:PHR:2012:BX6729
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewerken acaciabladeren met DMT als preparaat onder Opiumwet
In deze zaak stond centraal of het vermalen en mengen van acaciabladeren, die van nature de stof DMT bevatten, kan worden aangemerkt als het vervaardigen van een preparaat in de zin van de Opiumwet. De verdachte had de bladeren verder vermalen en vermengd met passiebloem of een ander product, met als doel het volume en gewicht te vergroten en de activering van DMT te bevorderen.
Het Hof oordeelde dat deze handelingen een bewerking vormen en dat het resultaat, de Acacia Mixture, een preparaat is zoals bedoeld in de Opiumwet. De verdediging voerde aan dat acaciabladeren een natuurproduct zijn dat niet op de lijsten van de Opiumwet voorkomt en dat het mengen geen bewerking is in de wettelijke zin, maar deze verweren werden verworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat de Opiumwet in het licht van het Psychotrope Stoffen Verdrag moet worden uitgelegd en dat ook onbewerkte natuurproducten onder de wet kunnen vallen indien ze een verboden stof bevatten. De term 'bewerken' moet worden verstaan in de gewone betekenis, waaronder ook vermalen en mengen vallen. Het cassatieberoep faalde, en de redelijke termijn voor de procedure was overschreden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het vermalen en mengen van acaciabladeren met DMT is een bewerking die een preparaat vormt onder de Opiumwet.