ECLI:NL:PHR:2012:BX5419
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling winstbejag bij behulpzaam zijn bij illegaal verblijf in Nederland
In deze zaak stond centraal of de verdachte uit winstbejag handelde door een persoon die illegaal in Nederland verbleef onderdak te verlenen en haar werkzaamheden te laten verrichten. Het hof had geoordeeld dat de verdachte zich economisch had bevoordeeld door de kosten te vermijden die het in dienst nemen van een au pair volgens de regels zou meebrengen, en dat dit voldoende was voor het element winstbejag zoals bedoeld in art. 197a Sr.
De verdediging voerde aan dat de verdachte geen geld ontving en dat de vergoeding voor oppaswerkzaamheden niet uitzonderlijk laag was, wat volgens haar geen winstbejag opleverde. De Hoge Raad bevestigde echter dat winstbejag niet beperkt is tot geldelijk voordeel, maar ook stoffelijke verrijking omvat, en dat het gericht zijn op verrijking voldoende is, ongeacht of die daadwerkelijk is behaald.
Daarnaast werd erkend dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden door late indiening van stukken, maar gezien de korte gevangenisstraf en geringe overschrijding werd volstaan met een constatering van de schending van art. 6 EVRM Pro zonder verdere sancties.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het oordeel van het hof over winstbejag en de strafoplegging.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens uit winstbejag behulpzaam zijn bij illegaal verblijf met een gevangenisstraf van zes weken.