ECLI:NL:PHR:2012:BX4263
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor onttrekking van minderjarige aan wettig gezag door niet opheffen uitreisverbod
Verdachte werd door het Gerechtshof Leeuwarden veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf wegens het onttrekken van een minderjarige aan het opzicht van degene die dit gezag uitoefent. Het geschil betrof het niet opheffen van een uitreisverbod dat door de Syrische rechter was opgelegd, waardoor de minderjarige niet vrijelijk van Syrië naar Nederland kon reizen en de moeder in Nederland het gezag niet kon uitoefenen.
De verdediging voerde aan dat het uitreisverbod niet door verdachte kon worden opgeheven omdat dit een beslissing van de Syrische rechter was, en dat verdachte handelde in het belang van de minderjarige. Tevens werd betoogd dat het Nederlandse hof geen rechtsmacht had voor het feit dat in Syrië zou zijn gepleegd en dat er geen dubbele strafbaarheid was.
Het hof oordeelde dat het Nederlandse recht van toepassing was op het gezag en dat het uitreisverbod vanaf de betekening van de beschikking op 4 juli 2006 door verdachte opgeheven had moeten worden. Het hof verwierp het verweer dat verdachte niet in staat was het uitreisverbod op te heffen en stelde dat verdachte dit bewust niet heeft gedaan. Ook werd geoordeeld dat het feit mede in Nederland was gepleegd omdat verdachte daar verbleef en de gevolgen van het onttrokken houden zich in Nederland voordeden.
De Hoge Raad concludeert dat het hof terecht rechtsmacht heeft aangenomen en het bewezenverklaarde feit juist heeft gekwalificeerd. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot 16 maanden gevangenisstraf blijft in stand.