ECLI:NL:PHR:2012:BW9980
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens ontbreken vervolgingsbevoegdheid Openbaar Ministerie
De aanvrager is door de politierechter veroordeeld wegens openlijk in vereniging geweld plegen. Vervolgens werd een herzieningsverzoek ingediend op grond van een sepotbesluit van het Openbaar Ministerie dat betrekking had op een ander parketnummer en feit, namelijk diefstal met geweld/straatroof.
De Hoge Raad stelt vast dat het sepotbesluit niet ziet op het feit waarvoor de aanvrager is veroordeeld, maar op een afzonderlijk feit dat zich eerder op dezelfde dag heeft voorgedaan. De sepotbrief vermeldt abusievelijk een verkeerde kwalificatie, wat tot verwarring heeft geleid. De dagvaarding voor het geweldsfeit is niet ingetrokken en de politierechter zou bij kennis van het sepotbesluit niet tot niet-ontvankelijkheid van het OM zijn gekomen.
Daarom concludeert de Hoge Raad dat het herzieningsverzoek geen nieuwe feiten of omstandigheden bevat die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging of niet-ontvankelijkheid had moeten leiden. Het verzoek wordt afgewezen op grond van artikel 468 Sv Pro.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen omdat het sepotbesluit niet ziet op het feit waarvoor de aanvrager is veroordeeld.