ECLI:NL:PHR:2012:BW9304

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02870
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 435 lid 1 SvArt. 437 lid 2 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken schriftuur

Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren en drie maanden wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. Tegen dit vonnis heeft verdachte beroep in cassatie ingesteld.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat de aanzegging van het cassatieberoep op correcte wijze is betekend aan de raadsman van verdachte. Echter is binnen de in artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering gestelde termijn van twee maanden geen schriftuur ingediend door verdachte.

Daarom kan het cassatieberoep niet in behandeling worden genomen en wordt het niet-ontvankelijk verklaard. Deze conclusie geldt ook voor een samenhangende zaak met een medeverdachte.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van schriftuur binnen de wettelijke termijn.

Conclusie

Nr. 11/02870
Mr. Machielse
Zitting 8 mei 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte](1)
1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 11 februari 2010 voor "Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod" (vóór 17 maart 2003) en voor "Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod" (op en na 17 maart 2003) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en drie maanden.
2. Namens verdachte heeft mr. W.J. Morra, advocaat te Amsterdam, heeft beroep in cassatie ingesteld.
Mr. J.M.J.H. Coumans, eveneens advocaat te Amsterdam, heeft zich als verdachtes raadsman in cassatie gesteld.
3. De aanzegging van art. 435 lid 1 Sv Pro is op 27 juli 2011 niet in persoon doch op geldige wijze betekend. Mr. Coumans is bij schrijven van 27 juli 2011 en derhalve tijdig over die aanzegging en de aanvang van de termijn bericht. Binnen de in art. 437 lid 2 Sv Pro genoemde termijn van twee maanden is in de zaak van verdachte geen schriftuur ontvangen. Het cassatieberoep is derhalve niet-ontvankelijk.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met nr. 10/00958 ([medeverdachte]), in welke zaak ik vandaag ook concludeer.