ECLI:NL:HR:2012:BW9304
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- Y. Buruma
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep wegens ontbreken schriftuur houdende middelen
Op 26 juni 2012 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 februari 2010. Het beroep was ingesteld door verdachte, maar er zijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend door een raadsman binnen de wettelijk gestelde termijn. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het beroep. De Hoge Raad volgt dit advies en verklaart verdachte niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk wordt behandeld.
De uitspraak is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, en uitgesproken op 26 juni 2012. De niet-ontvankelijkverklaring houdt in dat het eerdere arrest van het gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van schriftuur houdende middelen binnen de wettelijke termijn.