ECLI:NL:PHR:2012:BW9246
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen beroep mogelijk tegen toestemming rechter-commissaris voor onderhandse verkoop onroerend goed in faillissement
Verzoeker werd op 5 april 2011 failliet verklaard en de curator kreeg toestemming van de rechter-commissaris om het onroerend goed onderhands te verkopen voor €610.000. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze verkoopprijs en diende een brief in als beroep tegen de verkoop. De rechtbank verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk omdat op grond van de Faillissementswet geen hoger beroep openstaat tegen de toestemming van de rechter-commissaris.
Verzoeker kwam vervolgens tijdig in cassatie bij de Hoge Raad. Hij stelde dat zijn brief niet als beroep maar als verzoek om voorziening had moeten worden opgevat. De Hoge Raad oordeelde dat de uitleg van de rechtbank niet onbegrijpelijk was en dat de brief duidelijk als beroep was bedoeld.
Daarnaast stelde verzoeker subsidiair dat de brief van de rechter-commissaris een beschikking was die afgewezen moest worden, zodat beroep mogelijk was. De Hoge Raad verwierp dit omdat de brief slechts kennisgeving was van toestemming aan de curator, en dat op grond van de Faillissementswet geen hoger beroep openstaat tegen dergelijke beschikkingen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat tegen de toestemming van de rechter-commissaris tot onderhandse verkoop van onroerend goed geen beroep openstaat.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep tegen de toestemming van de rechter-commissaris voor onderhandse verkoop van onroerend goed.