ECLI:NL:PHR:2012:BW9244
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens schending geheimhoudingsplicht en klokkenluidersbescherming bij bank
De werknemer, werkzaam als private banker advisory bij Theodoor Gilissen Bankiers N.V. (TGB), zegde zijn arbeidsovereenkomst op 5 september 2008 op wegens geconstateerde interne misstanden bij de bank, waaronder overtredingen van regelgeving omtrent kredietverlening en effectendiensten.
Hij verstrekte vertrouwelijke informatie aan een cliënt van de bank, wat TGB aanmerkte als schending van het contractuele geheimhoudingsbeding. De werknemer stelde dat hij als klokkenluider handelde, gesteund op interne regels en gedragscodes die hem verplichtten de cliënt te informeren.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer de geheimhoudingsplicht had geschonden en veroordeelde hem tot terugbetaling van een retentiebonus en schadevergoeding. Het hof bevestigde de schending van de geheimhoudingsplicht, maar vond geen dringende reden voor ontslag op staande voet door de werknemer, omdat hij niet eerst intern zijn bezwaren kenbaar had gemaakt.
In cassatie werd overwogen dat het hof te strikt was in zijn beoordeling van de rechtvaardiging voor het doorbreken van de geheimhoudingsplicht en dat onder omstandigheden externe melding gerechtvaardigd kan zijn zonder interne melding vooraf. Ook werd erkend dat het belang van het voorkomen van ernstige schade voor derden kan rechtvaardigen dat een geheimhoudingsplicht wordt doorbroken.
Het hof had onvoldoende rekening gehouden met de interne regels en gedragscodes die de werknemer als accountmanager verplichtten de cliënt te informeren. De vorderingen van de werknemer tot schadevergoeding en afgifte van een integriteitsverklaring werden afgewezen, mede vanwege de schending van de geheimhoudingsplicht. De cassatie leidde tot vernietiging van het arrest en verwijzing naar een ander hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.