ECLI:NL:PHR:2012:BW9188
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen aanwezigheid MDMA-pillen ondanks betwisting opzet verdachte
In deze zaak werd verdachte door het hof veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van circa 10.617 MDMA-pillen in zijn woning te Hoofddorp. De pillen waren door een medeverdachte zonder medeweten van verdachte onder diens bed verstopt. Verdachte vond de tas met pillen, sprak de medeverdachte hierop aan en stemde ermee in dat de pillen de volgende dag zouden worden opgehaald.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had op de aanwezigheid van de pillen, omdat deze niet van hem waren. De Hoge Raad oordeelde dat het voldoende is dat de middelen zich in de machtssfeer van verdachte bevinden en dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte bewust en nauw samenwerkte met de medeverdachte door de pillen te accepteren en niet direct te verwijderen.
Hoewel de samenwerking niet gericht was op het aanwezig hebben van de pillen maar op het verwijderen daarvan, was het nalaten van verdachte om de politie in te schakelen of de pillen te verwijderen voldoende voor opzet. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde de veroordeling van verdachte voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA-pillen en handhaafde de voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden.